[ibimage==5211==Niets==none==self==ibimage_rechts]Carice van Houten:
‘Ik kende het boek niet, sterker nog, ik heb het heel erg genegeerd. Ik wilde er niets mee te maken hebben. Een boek over een jonge vrouw die borstkanker krijgt, waarbij iedereen ging huilen? Ik ben een hypochonder, daar had ik geen zin in. En het was ook een beetje kont tegen de krib: als iedereen het leest, hoeft het voor mij niet.”
“Maar toen ik de eerste versie van het script las, werd me duidelijk dat het meer dan een kankerverhaal was; het was natuurlijk ook een liefdesdrama en het verhaal van een jongen die heel bang is en noodgedwongen snel moet opgroeien. Dat vind ik het interessantst. Je vindt die jongen een klootzak omdat hij zijn zieke vriendin bedriegt, maar tegelijkertijd snap je het ook wel. Hij is zo bang om alleen gelaten te worden en hij vlucht ervoor: dat herken ik. Het is allemaal niet goed te praten, maar het gebeurt.”
Hoe ging ze als zelfverklaard hypochonder, die met een boog om het boek was heengelopen, om met de rol van een jonge, stervende vrouw? “Het is een rol, dat is toch wel wat anders. Ik speel het alleen maar, wat heb ik nu meegemaakt op dit gebied?” Ze zwijgt even. “Het was wel een ding. Je zit in chemokamers en onder bestralingsapparaten: je wordt er niet vrolijk van. Je moet het allemaal maar spelen en dat betekent dat je het toch weer uit een of ander donker hol diep in jezelf moet peuren. Bij theater kom je nog wel eens in zo’n trip, maar bij film heb je dat minder. Daar is het toch te technisch voor. Maar hier hadden we wel momenten dat we er met zijn allen overheen gingen. Dat het je echt raakt en dat iedereen echt aan het huilen was: geen gespeeld, maar echt verdriet. Maar ik ging aan het eind van de dag gezond weer naar huis. Leeg, maar gezond.”
“Ik sprak voor de opnamen met een aantal zieke vrouwen, omdat ik het gevoel had dat ik er te weinig van afwist. Ik sprak een vrouw die bezig was met preventieve straling, om te zorgen dat de kanker niet terugkwam, en een jonge vrouw die te horen had gekregen had ze nog maar een jaar te leven had. Die eerste vrouw was veel onrustiger dan de vrouw die zeker wist dat haar dagen geteld waren.”
“Als ik in de film, na een slechtnieuwsgesprek, moet zeggen dat ik me opgelucht voel, kan ik me dat voorstellen. Die ontmoeting met die vrouwen heeft een soort zaadje geplant. Door veel te praten kwam ik erachter dat mensen er totaal verschillend mee omgaan. Bij sommigen wordt hun karakter uitvergroot, anderen slaan als een blad aan een boom om. Ik moest op zoek naar mijn eigen interpretatie, naar mijn eigen fantasie; ik ging niet de vrouw van Kluun naspelen. Ik was op zoek naar haar kracht: ze neemt veel meer het heft in handen dan haar geliefde Stijn.”
“Ik was aanvankelijk sceptisch toen Reinout met me wou praten. Mijn eerste reactie was: hij gaat toch niet zelf...? Arnie (de naam van het soappersonage uit GTST, dat Reinout Oerlemans speelde) die een film gaat maken? En dat zullen veel mensen tot op de dag van vandaag wel denken. Ja, ik had een bepaald oordeel. Ik kende die hele jongen niet! Maar dat vooroordeel hield niet lang stand; die vlieger gaat gewoon niet op als iemand talent blijkt te hebben.”
Carice van Houten: ‘Hij heeft iets Paul Verhoevenachtigs’
“Ik heb eerst een aantal gesprekken met hem gehad. Ons eerste gesprek was in LA. Wat een mannetje, wat een figuur! Heel brutaal meteen. Maar ook heel kwetsbaar: hij wilde van mij weten wat hij aan me moest vragen. Weet ik veel! Het lef van de ervaren producent en de schuchterheid van de debuterend regisseur. Ik vond het wel een interessante combinatie, maar het kon natuurlijk ook dat we elkaar helemaal de tent zouden uitvechten. Ik had wel meteen het gevoel dat hij er iets mee zou gaan doen, met die film. Hij had zo’n enorme drive om deze film te maken, hij had zo hoog ingezet en hij kon zo keihard op zijn bek gaan. En hij had Lennert Hillege, een jonge cameraman, uitgekozen, zo’n goede keuze! Dat bewees mij dat hij er heel goed over had nagedacht.”
“Ik herkende in Reinout iets Paul Verhoevenachtigs: overal het maximale uit halen. En heel eigenwijs. We hebben goede strijd gehad en ik heb me overal tegenaan bemoeid. Misschien ook uit een verantwoordelijkheidsgevoel; toen ik eenmaal ja had gezegd, wilde ik ook dat het goed zou komen. En als iemand zo gedreven is, ga ik er ook zo in. Ik denk altijd dat het beter kan en ik bemoei me dan ook met dingen die mijn zaken niet zijn. Als er dan een vouw in iemands trui zit, ga ik dat zelf rechttrekken.”
“Reinout was als regisseur hartstikke slim: hij doorzag me. Ik gebruik veel ontsnappingsroutes op een set; als ik de tekst niet uit mijn bek krijg, ga ik koppig doen en er een grap van maken. Hij kwam naar me toe met de mededeling dat hij zag wat ik aan het doen was, en dat het inderdaad misschien niet helemaal lekker was, maar of we misschien toch door konden gaan, want anders zouden we er helemaal niet mee weg komen.”
“Ik heb ook vreselijk met hem gelachen. En hij is op een bepaalde manier afstandelijk, en dat herken ik ook wel. Ik was one of the guys. Dat hij zegt: ‘Hé lul!’ vind ik wel zo prettig. We waren een goed team.”
Reinout Oerlemans:
[ibimage==5213==Niets==none==self==ibimage_rechts]‘We hadden de rechten, maar het schoot niet op met het vinden van een regisseur. De één vond het scenario niet goed, de ander had niets met het verhaal of wilde zijn vingers er juist niet aan branden. Dus besloot ik dat ik het wilde doen. Mijn producent Hans de Weers vond dat een ‘spannend’ idee. Ik vond het heerlijk dat ik nu op de vierkante millimeter kon klooien. Dat is het grote verschil met televisie, dat toch, het is een cliché, een heel duur wegwerpproduct is. Een film is here to stay. Het ligt mijlenver uit elkaar, een hele nieuwe wereld voor mij.”
“Ik vond het heerlijk om te strijden met mensen die allemaal die film verder willen helpen. Met Carice ook, heerlijk gestreden. Je bent maanden met de voorbereiding bezig en dan sta je op de eerste dag op de set. Dan hebben ze zo’n regisseursstoeltje voor je klaargezet, met je naam erop en staan zestig man je aan te kijken. Maar het ging vrij snel de goede kant op.”
“Carice wil gewoon alles van je weten en je moet zo eerlijk mogelijk tegen haar zijn. En uiteindelijk respecteert ze dan de keuze die je maakt. Ik moet God op mijn knieën danken dat ze dit risico met me wilde nemen. Je bent Carice van Houten en er komt iemand langs die nog nooit een film heeft gemaakt.”
“Ik realiseerde me vrij snel dat je niet alles van het boek in de film kunt stoppen. Zo werkt dat niet. Ik heb dat boek niet stukgelezen. Het ging erom dat het een eerlijke film zou worden, want Kluun is ook eerlijk geweest in het boek. 'Wat een klootzak is die Stijn! Zijn vrouw gaat dood en hij ligt met een ander wijf te neuken.' En toch blijf je bij hem, dat is natuurlijk waar het om draait in dit verhaal. Maar als Stijn als een klerelijer was gespeeld, was je hem kwijtgeraakt en daarmee ook de film. Dat heeft Barry Atsma heel goed gedaan. Als zijn vrouw is overleden, spreekt hij de voicemail van zijn minnares in. Sommige mensen vonden dat ik niet zo moest eindigen, maar ik vond dat die film een kiezel in je schoen moest achterlaten.”
Reinout Oerlemans: ‘Eerlijk tegen haar zijn’
“Ik wilde acteurs die in alle rollen zelf diepte meenemen. Ik zag Jeroen Willems altijd als de beste vriend van Stijn. Waarom? Omdat hij het personage van Stijn meteen interessanter maakt. En Pierre Bokma speelt de euthenasiearts, overigens met een echte arts op de set. We wilden niets aan het toeval overlaten. Die scènes zijn te belangrijk. Ja, en Sacha Bulthuis als de oncoloog. Unbelievable, we wisten niet dat ze ziek was. Zij zegt dat Carmen nog zes maanden te leven heeft. Echt ongelofelijk, daar kan ik nog steeds niet bij.” (De film eindigt met een in memoriam voor deze onlangs overleden actrice.)
“Ik vond het echt een magische tijd, nog even los van de ontvangst van de film. Ben ik nu een regisseur? Ik heb een bedrijf (Eyeworks), waar de mensen me fantastisch hebben opgevangen, omdat ze het ook wel zagen: die gast wil dat nu eenmaal doen. Ik kan me alleen een nieuwe film voorstellen als het onderwerp me weer zo raakt en ik weer een dergelijke urgentie voel. Anders moet je het niet gaan doen, dan ga je nat.”



REACTIES OP DIT BERICHT